DE STICHTING

Op 22 januari kwam ten overstaan van een notaris te Bedizzole een einde aan een lang proces, dat in september 2013 in samenwerking met de leden van de Associazione Rosa Mistica Fontanelle werd geëntameerd. Het doel was het opstellen van een nieuwe rechtsvorm, zowel volgens burgerlijk als kerkelijk recht waarbij het nieuwe instituut zowel het roerend als onroerend erfgoed, dat in de afgelopen decennia op de plaatsen van devotie te Fontanelle Montichiari ontstaan zijn, dient te beheren.

In overeenkomst met de aanwijzingen van de Congregatie voor de Doctrine van de Geloofsleer en met het doel een duidelijker verband met de diocesane kerkelijke autoriteit te vormen, werd de burgerlijke vereniging «Associazione Rosa Mistica Fontanelle» ondergebracht in een burgerlijke stichting door aanpassing van de statuten en de bestuursorganen; tegelijkertijd, is middels een bijzonder bisschoppelijk decreet de nieuwe Stichting ook binnen het kerkelijk recht erkend als een Stichting voor Geloof en Devotie onder het toezicht en de zorg van de Bisschop van Brescia. Derhalve zijn alle activa van de vorige associatie overgedragen en toegewezen aan de nieuwe Stichting, die dezelfde naam van de gewezen associatie, t.w. de Stichting Rosa Mystica-Fontanelle, heeft aangenomen.

De doelstellingen en activiteiten van de Stichting, los van het directe beheer van de devotie en de liturgie door een bisschoppelijk gedelegeerde in overeenkomst met de in 2013 goedgekeurde reglement van de Raad van Bestuur, worden als volgt omschreven: in samenwerking met de priesters aan wie de devotie is toevertrouwd, alles voorbereiden wat noodzakelijk is voor het bieden van een waardige opvang van gelovigen die er voor religieuze doeleinden komen; er voor te zorgen dat de uitingen van devotie in een authentieke geest van gebed, opoffering en boetedoening verlopen; het treffen van adequate maatregelen om gedragingen en demonstraties in strijd met de openbare orde en de naleving van de plaats en de bevolking te voorkomen; het voortzetten van de archivering en de studie met betrekking tot de devotionele feiten en getuigenissen die van Fontanelle een plaats van Mariale devotie en gebed hebben gemaakt en nog steeds maken; het erkennen dat alleen de Kerk de exclusieve bevoegdheid heeft een definitieve beslissing hieromtrent te nemen; het zonder enige winst veiligstellen van de huidige kenmerken van de omgeving en bestemming van de plaats “Fontanelle”.

Het benoemen van alle leden van het bestuursorgaan van de Stichting in overeenstemming met de van kracht zijnde statuten, behoort tot de verantwoordelijkheid van de Bisschop van Brescia; de eerste twee mandaten in deze bestuursorganen bestaan uit een gelijke vertegenwoordiging van de leden die in de Raad van Bestuur van de gewezen burgerlijke associatie hebben gediend, als een concreet teken van erkentelijkheid voor het werk dat door velen van hen tijdens hun lange dienst voor Fontanelle di Montichiari is uitgevoerd.

De beweegreden van deze nieuwe en belangrijke stap is het gedeelde verlangen naar duidelijkheid, niet alleen van formeel en juridisch karakter, maar vooral om een helderder inzicht te geven van het vertrouwen en de samenwerking van alle betrokken personen; op deze wijze brengt de dienstverlening aan de gelovigen die in Fontanelle komen, de kenmerken van onze kerkelijke gemeenschap concreet tot uiting.

HET HEILIGDOM

Decreet betreffende de constitutie van het Diocesaan Heiligdom
ROSA MYSTICA – MOEDER VAN DE KERK
te Fontanelle di MONTICHIARI

PIERANTONIO TREMOLADA BY DOOR GODS GENADE EN DE APOSTOLISCHE ZETEL
BISHOP OF BRESCIA

 

Prot. n. 1528/19

Na te hebben vastgesteld dat de plaatsen en structuren, aanwezig in ons bisdom van Brescia in de zone van Fontanelle, op het grondgebied van de parochie Santa Maria Immacolata in Borgosotto di Montichiari (BS), in de afgelopen decennia een belangrijk spiritueel referentiepunt en een plaats van bedevaart voor duizenden gelovigen uit Italië en het buitenland zijn geworden;

In overweging nemend dat de historische oorsprong van dit indrukwekkend fenomeen van gebed en verering tot de heilige Moeder van de Heer – hier aangeroepen als “Rosa Mystica – Moeder van de Kerk” – verbonden is op een manier die niet ondergeschikt is aan de spirituele ervaring van Pierina Gilli (1911-1991);

Gezien de historische oorsprong van dit fenomeen en de daaropvolgende ontwikkelingen momenteel het onderwerp zijn van een hernieuwde fase van studie en inzicht door de kerkelijke autoriteiten, ook om beter te begrijpen of en hoe in het heden, het christelijke leven van pelgrims begunstigd en verhoogd kan worden, gezien ook de overtuigde betrokkenheid met de Kerk en het delen van haar evangelisatiemissie onder de bescherming en inspiratie van Haar die altijd verheven is vanwege Haar onbevlekte heiligheid, Haar nabijheid tot God en tot de mensen, en haar moederlijke bemiddeling;

Gezien het feit dat mijn gewaardeerde voorgangers sinds 2001, in strikte overeenstemming met de aanwijzingen van de bevoegde organen van de Apostolische Stoel, voortdurend het belang bevestigden van het verwelkomen en erkennen van de uitoefening van openbare erediensten in de bovengenoemde plaatsen, onder de leiding van speciale bisschoppelijke richtlijnen;

Gezien het belang van het erkennen ook op canoniek niveau m.b.t. de missionaire mogelijkheden van deze heilige plaatsen en om de vele spirituele vruchten die hier in de loop van de tijd zijn gekweekt te versterken en te vergroten, tevens om de plichtmatige en kerkelijke pastorale zorg van de pelgrims aan te kunnen bieden, vooral door een bewuste, actieve en vruchtbare viering van de Sacramenten van de Biecht en de Eucharistie, met het oog op levens- en doopgetuigenissen, die meer aansluiten bij de eisen van het Evangelie en van broederlijke liefde;

 

Gezien de canons 1230-1234 van de C.I.C., van mijn normale autoriteit,

 INSTITUEER IK HIERBIJ HET DIOCESAANS HEILIGDOM
ROSA MYSTICA – MOEDER VAN DE KERK
TE Fontanelle DI MONTICHIARI.

De goedkeuring van een nieuw Statuut van het nieuwe Heiligdom en de benoeming van de Rector worden zo snel mogelijk verstrekt. 

Uitgevoerd te Brescia op 7 december 2019

Tijdens de wake van de Hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis

plaatsen

De plaatsen van devotie tot Rosa Mistica in Montichiari. De kathedraal en het dorp Fontanelle

De plaatsen van devotie tot Rosa Mistica in Montichiari. De kathedraal en het dorp Fontanelle

De kathedraal van Montichiari is een achtenswaardig werk uit de Lombardische achttiende eeuw.

Rijk aan geschiedenis en kunst, gewijd aan Maria Hemelvaart; het zou ook de plaats zijn van de vier vermeende verschijningen van Rosa Mystica in 1947, waarvan de belangrijkste op 8 december, feest van de Onbevlekte Ontvangenis, tijdens welke de toewijding van het Uur van Genade zou zijn gevraagd.

De kathedraal die dankzij Paus Paulus VI een abdij werd, is een van de kernpunten voor de ontwikkeling van vroomheid en geloof van deze stad wegens de schoonheid, de charme van de harmonische architectuur, de verschillende kunstwerken en vooral wegens het houten standbeeld van Maria Rosa Mystica, op de knieën gegraveerd door de kunstenaar Perathoner. De Maagd Maria daalt de trap af, die bezaaid is met rozen, symbool van de drie genades die Zij over de gelovigen spreidt.

In het hart van het historische centrum, is de kathedraal heel goed te bereiken.

Duomo di Montichiari

Località Fontanelle

Fontanelle is een plek op het platteland, op drie kilometer afstand van Montichiari. De naam is afgeleid uit de bronnen die op deze plaats stromen.

Dankzij de tussenkomst van het Bisdom van Brescia en de inzet van vele vrijwilligers, werd Fontanelle een plaats van devotie en Mariale toewijding, waar de pelgrims hun ziel herstellen en Gods Genade kunnen ontvangen.

Località Fontanelle

GESCHIEDENIS OVER MARIA ROSA MYSTICA PLAATSEN 

De gebeurtenissen in de kathedraal van Montichiari Kathedraal en in Fontanelle- Montichiari alsook de berichten waarvan Pierina Gilli getuigde, dienen momenteel als een puur persoonlijke ervaring te worden beschouwd..

Geschiedenis en plaatsen van verering

Wij nodigen u uit om de brochure “Geschiedenis en plaatsen van verering” te raadplegen.

VOORAFGAANDE OVERWEGINGEN

Na enige kerkelijk onderzoek betreffende de gebeurtenissen en de berichten waarvan Pierina Gilli getuigde, heeft de Bisschop van Brescia in het decreet van 1 juli 2013 opnieuw een aanzienlijk negatieve uitspraak van de Kerk bevestigd. Zie Decreet Mariale Devotie.

Daarom blijft wat hier slechts als informatie verstrekt wordt, onder de exclusieve controle van de Kerkelijke Autoriteit, zonder de gelovigen in de waan te brengen dat de uitspraak van de Kerk ten opzichte van de gebeurtenissen op positieve wijze door de Heilige Stoel gewijzigd is.

 

Pierina Gilli

Pierina Gilli werd geboren in Montichiari op 3 augustus 1911 als eerste van negen kinderen in een eenvoudige boerenfamilie, dat arm maar heel gelovig was.

Ze groeide op met grote toewijding aan de familie, aan het werk en het gebed, geduldig het ongemak verdragend van materiële armoede en zwakke gezondheid. De dood van haar vader verscherpte haar lijden en zij moest ondergebracht worden in het weeshuis in Montichiari, dat beheerd werd door de zusters „Ancelle della Carità“, de Dienstmaagden van Liefdadigheid. Hoewel zij al heel vroeg de wens had zich aan de Heer te wijden als religieuze bij het door de H. Maria Crocifissa di Rosa in Brescia opgerichte klooster, kon haar verlangen niet in vervulling gebracht worden door de voortdurende uitstel wegens plotseling opkomende ernstige ziektes waarvoor men groot onbegrip toonde.

Rond de dertig jaar onderging Pierina plotseling op intense wijze geestelijke ervaringen met betrekking tot de devotie aan Maria Rosa Mystica, die thans over de hele wereld bekend geworden is. In dit gelovige getuigenis, ontving zij haar uiteindelijke Kruis, een eindeloos lichamelijk en moreel lijden.

 

Gebeurtenissen van 1946 tot 1947

In de nacht van 23 en 24 november 1946, op het hoogtepunt van haar ziekte, maakte de spirituele ervaring van Maria Crocifissa di Rosa, de zalige stichteres van de Zusters van de “Ancelle della Carita” en haar speciale voorliefde voor het lijden, een heel diepe indruk op Pierina.

Door de spiritualiteit van Maria Crocifissa di Rosa, begreep Pierina dat ze haar leven moest wijden aan de Maagd Maria. In het bijzonder moest ze “gebed, opoffering en boete” doen om de zonden van drie categorieën gewijde zielen te herstellen. Ten eerste voor de religieuze zielen die hun roeping verraden; ten tweede voor boetedoening voor de doodzonden van deze zielen en ten derde voor de verzoening van het verraad van de priesters die zich onwaardig hebben gemaakt het heilige priesterschap uit te oefenen. Verder begreep Pierina dat ze moest bijdragen aan de heiliging van de priesters door middel van gebed, opoffering en boetedoening.

Op 13 juli 1947, tijdens het nachtgebed met de zusters die haar in hun klooster hadden opgenomen, bespeurde Pierina in een helder moment de gestalte van de Maagd Maria, gekleed in het wit, met drie rozen op haar borst: de witte roos zou de geest van gebed symboliseren, de rode roos die van opoffering en de gele met gouden reflecties die van boete. Op dat moment begreep Pierina dat de 13e van elke maand op een plechtige wijze gevierd moest worden als een Mariale gebedsdag.

In de daaropvolgende maanden verdiepte Pierina haar inzicht in het licht van de spiritualiteit van Fatima. Tijdens het feest van het Onbevlekt Hart van Maria op 8 december 1947, begreep ze dat de viering die Rosa Mystica het “Uur van Genade, boete en gebed” noemde, grote geestelijke vruchten voort zou brengen, vooral de bekering van religieuze zielen.

Op diezelfde 8 december 1947 in de kathedraal van Montichiari, besefte Pierina dat zij zich aan het Onbevlekt Hart van Maria wilde toewijden en tegelijkertijd de grondslag moest leggen voor haar eigen spiritualiteit op de mooie traditionele mariale titel “Rosa Mystica”.

 

Gebeurtenissen van 1947 tot 1966

Wegens de aanhoudende fragiele gezondheidstoestand van Pierina, zorgde een charitatieve instelling voor haar accommodatie en uiteindelijk werd ze op 20 mei 1949 tijdelijk geplaatst in het klooster van de Zusters Franciscanessen van de Lelie in Brescia.

Dit tijdelijk onderkomen zou 19 jaar lang voortduren, gedurende welke Pierina haar Mariale spiritualiteit met bijzondere aandacht richtte op het heiligdom van Lourdes, op de lijdende mensen rondom haar en op de verlichting die ze in 1947 verkreeg ten opzichte van Maria Rosa Mystica.

Deze gevoeligheid bracht haar ertoe om in Fontanelle een plek te vinden voor de ontvangst van zieken en voor de toewijding aan Rosa Mystica. Op 17 april 1966, de eerste zondag na Pasen, in Italië ook genoemd “Albis,” kreeg Pierina de inspiratie om alle patiënten te verzoeken naar de wonderbaarlijke bron te gaan om daar genade en troost te verkrijgen.

Op 13 mei 1966 voelde Pierina in haar hart dat deze bron “Bon van Genade” moest worden genoemd; daarbij moest een waterbassin geïnstalleerd worden zodat de zieken er zich in konden dompelen.

Terwijl ze tijdens het Hoogfeest van Corpus Christi op 9 juni 1966 in het midden van de tarwevelden stond, kreeg Pierina plots diepe inzicht in het innige verband tussen de Mariale spiritualiteit en de Eucharistie: het eucharistische brood was het voedsel voor talrijke Communies van Eerherstel.

Tijdens het daaropvolgende feest van de Transfiguratie van Christus op 6 augustus 1966 kreeg Pierina de grote inspiratie dat op 13 oktober de Wereldbond van Eerherstellende Communies ingesteld diende te worden.

 

Haar laatste jaren

Pierina leefde dagelijks in grote deemoed, trouw gehoorzamend aan de kerkelijke regels; wel bleef ze een referentiepunt voor het toenemend aantal komende pelgrims naar Montichiari, zeer aangetrokken door de devotie tot de Maagd Maria.

Pierina heette hen hartelijk en geduldig welkom in haar kleine huis in de buurt van het ziekenhuis. Ze was altijd bereid personen te begroeten die haar om gebed hadden gevraagd, gaf troost en raad aan velen van hen en bracht talrijke zielen tot bekering. Ze hielp vooral de zieken gedurende vele jaren tot 1990 toen haar ziekte verslechterde en ze zich gedwongen zag om in een rolstoel te zitten.

Op 13 januari 1991 stierf Pierina na een lange zuivering naar lichaam en geest. In de tegenwoordigheid van een grote menigte gelovigen, die voor het laatst afscheid kwam nemen, vierde men haar begrafenis. Zij werd vanuit de kerk naar de begrafenisplaats begeleid, waar ze nog steeds begraven ligt met de zoete woorden: “O Maria, onze Hoop, u die ons altijd helpt en aan ons denkt…”. Het zijn dezelfde woorden die de kleine verpleegster, beschenen door het licht van Maria Rosa Mystica, durfde te zingen op 8 december 1947 om 12:00 uur, in de grote kathedraal van Montichiari.