Officiële Website van de Stichting Rosa Mystica Fontanelle

Geschiedenis van Rosa Mystica

De gebeurtenissen in de kathedraal van Montichiari Kathedraal en in Fontanelle- Montichiari alsook de berichten waarvan Pierina Gilli getuigde, dienen momenteel als een puur persoonlijke ervaring te worden beschouwd..

Geschiedenis en plaatsen van verering

Wij nodigen u uit om de brochure “Geschiedenis en plaatsen van verering” te raadplegen.

VOORAFGAANDE OVERWEGINGEN

Na enige kerkelijk onderzoek betreffende de gebeurtenissen en de berichten waarvan Pierina Gilli getuigde, heeft de Bisschop van Brescia in het decreet van 1 juli 2013 opnieuw een aanzienlijk negatieve uitspraak van de Kerk bevestigd. Zie Decreet Mariale Devotie.

Daarom blijft wat hier slechts als informatie verstrekt wordt, onder de exclusieve controle van de Kerkelijke Autoriteit, zonder de gelovigen in de waan te brengen dat de uitspraak van de Kerk ten opzichte van de gebeurtenissen op positieve wijze door de Heilige Stoel gewijzigd is.

 

Pierina Gilli

Pierina Gilli werd geboren in Montichiari op 3 augustus 1911 als eerste van negen kinderen in een eenvoudige boerenfamilie, dat arm maar heel gelovig was.

Ze groeide op met grote toewijding aan de familie, aan het werk en het gebed, geduldig het ongemak verdragend van materiële armoede en zwakke gezondheid. De dood van haar vader verscherpte haar lijden en zij moest ondergebracht worden in het weeshuis in Montichiari, dat beheerd werd door de zusters „Ancelle della Carità“, de Dienstmaagden van Liefdadigheid. Hoewel zij al heel vroeg de wens had zich aan de Heer te wijden als religieuze bij het door de H. Maria Crocifissa di Rosa in Brescia opgerichte klooster, kon haar verlangen niet in vervulling gebracht worden door de voortdurende uitstel wegens plotseling opkomende ernstige ziektes waarvoor men groot onbegrip toonde.

Rond de dertig jaar onderging Pierina plotseling op intense wijze geestelijke ervaringen met betrekking tot de devotie aan Maria Rosa Mystica, die thans over de hele wereld bekend geworden is. In dit gelovige getuigenis, ontving zij haar uiteindelijke Kruis, een eindeloos lichamelijk en moreel lijden.

 

Gebeurtenissen van 1946 tot 1947

In de nacht van 23 en 24 november 1946, op het hoogtepunt van haar ziekte, maakte de spirituele ervaring van Maria Crocifissa di Rosa, de zalige stichteres van de Zusters van de “Ancelle della Carita” en haar speciale voorliefde voor het lijden, een heel diepe indruk op Pierina.

Door de spiritualiteit van Maria Crocifissa di Rosa, begreep Pierina dat ze haar leven moest wijden aan de Maagd Maria. In het bijzonder moest ze “gebed, opoffering en boete” doen om de zonden van drie categorieën gewijde zielen te herstellen. Ten eerste voor de religieuze zielen die hun roeping verraden; ten tweede voor boetedoening voor de doodzonden van deze zielen en ten derde voor de verzoening van het verraad van de priesters die zich onwaardig hebben gemaakt het heilige priesterschap uit te oefenen. Verder begreep Pierina dat ze moest bijdragen aan de heiliging van de priesters door middel van gebed, opoffering en boetedoening.

Op 13 juli 1947, tijdens het nachtgebed met de zusters die haar in hun klooster hadden opgenomen, bespeurde Pierina in een helder moment de gestalte van de Maagd Maria, gekleed in het wit, met drie rozen op haar borst: de witte roos zou de geest van gebed symboliseren, de rode roos die van opoffering en de gele met gouden reflecties die van boete. Op dat moment begreep Pierina dat de 13e van elke maand op een plechtige wijze gevierd moest worden als een Mariale gebedsdag.

In de daaropvolgende maanden verdiepte Pierina haar inzicht in het licht van de spiritualiteit van Fatima. Tijdens het feest van het Onbevlekt Hart van Maria op 8 december 1947, begreep ze dat de viering die Rosa Mystica het “Uur van Genade, boete en gebed” noemde, grote geestelijke vruchten voort zou brengen, vooral de bekering van religieuze zielen.

Op diezelfde 8 december 1947 in de kathedraal van Montichiari, besefte Pierina dat zij zich aan het Onbevlekt Hart van Maria wilde toewijden en tegelijkertijd de grondslag moest leggen voor haar eigen spiritualiteit op de mooie traditionele mariale titel “Rosa Mystica”.

 

Gebeurtenissen van 1947 tot 1966

Wegens de aanhoudende fragiele gezondheidstoestand van Pierina, zorgde een charitatieve instelling voor haar accommodatie en uiteindelijk werd ze op 20 mei 1949 tijdelijk geplaatst in het klooster van de Zusters Franciscanessen van de Lelie in Brescia.

Dit tijdelijk onderkomen zou 19 jaar lang voortduren, gedurende welke Pierina haar Mariale spiritualiteit met bijzondere aandacht richtte op het heiligdom van Lourdes, op de lijdende mensen rondom haar en op de verlichting die ze in 1947 verkreeg ten opzichte van Maria Rosa Mystica.

Deze gevoeligheid bracht haar ertoe om in Fontanelle een plek te vinden voor de ontvangst van zieken en voor de toewijding aan Rosa Mystica. Op 17 april 1966, de eerste zondag na Pasen, in Italië ook genoemd “Albis,” kreeg Pierina de inspiratie om alle patiënten te verzoeken naar de wonderbaarlijke bron te gaan om daar genade en troost te verkrijgen.

Op 13 mei 1966 voelde Pierina in haar hart dat deze bron “Bon van Genade” moest worden genoemd; daarbij moest een waterbassin geïnstalleerd worden zodat de zieken er zich in konden dompelen.

Terwijl ze tijdens het Hoogfeest van Corpus Christi op 9 juni 1966 in het midden van de tarwevelden stond, kreeg Pierina plots diepe inzicht in het innige verband tussen de Mariale spiritualiteit en de Eucharistie: het eucharistische brood was het voedsel voor talrijke Communies van Eerherstel.

Tijdens het daaropvolgende feest van de Transfiguratie van Christus op 6 augustus 1966 kreeg Pierina de grote inspiratie dat op 13 oktober de Wereldbond van Eerherstellende Communies ingesteld diende te worden.

 

Haar laatste jaren

Pierina leefde dagelijks in grote deemoed, trouw gehoorzamend aan de kerkelijke regels; wel bleef ze een referentiepunt voor het toenemend aantal komende pelgrims naar Montichiari, zeer aangetrokken door de devotie tot de Maagd Maria.

Pierina heette hen hartelijk en geduldig welkom in haar kleine huis in de buurt van het ziekenhuis. Ze was altijd bereid personen te begroeten die haar om gebed hadden gevraagd, gaf troost en raad aan velen van hen en bracht talrijke zielen tot bekering. Ze hielp vooral de zieken gedurende vele jaren tot 1990 toen haar ziekte verslechterde en ze zich gedwongen zag om in een rolstoel te zitten.

Op 13 januari 1991 stierf Pierina na een lange zuivering naar lichaam en geest. In de tegenwoordigheid van een grote menigte gelovigen, die voor het laatst afscheid kwam nemen, vierde men haar begrafenis. Zij werd vanuit de kerk naar de begrafenisplaats begeleid, waar ze nog steeds begraven ligt met de zoete woorden: “O Maria, onze Hoop, u die ons altijd helpt en aan ons denkt…”. Het zijn dezelfde woorden die de kleine verpleegster, beschenen door het licht van Maria Rosa Mystica, durfde te zingen op 8 december 1947 om 12:00 uur, in de grote kathedraal van Montichiari.

Getuigenissen